Ooievaars zonder grenzen
     > Ooievaars volgen met zender
Ooievaars volgen met zender
Overzicht
  • wie kunnen we volgen met een satellietzender?
  • hoe werkt een satellietzender?

wie kunnen we volgen met een satellietzender ?

Op dit ogenblik volgen we dagelijks 4 ooievaars met een satellietzender:  Pumba (M), Germaine (V), Tia (V) en Kobe (M). Klik op de linkerkolom op de naam van de vogel voor locaties en het dagboek.

Pumba, Kobe, Tia en Germaine broeden in 2007 in Dierenpark Planckendael te Mechelen.

Rene (V) broedt ook te Mechelen maar de zender van deze ooievaar is stuk.


Hoe werkt een satellietzender?

De ooievaars worden uitgerust met een 25 of 35 gram satellietzender waarvan de batterij gevoed wordt met behulp van zonnecellen. De zender wordt met behulp van een lint als een rugzakje op de rug van de Ooievaar bevestigd.

Het grote voordeel van het gebruik van satellietzenders is het aantal gegevens over het gedrag en de trekroute dat je per individu kan verzamelen. Van een geringde vogel die wordt teruggemeld krijg je meestal enkel de plaats waar de vogel geringd is en de plaats waar de ring wordt afgelezen of waar de vogel wordt gevonden. Omdat een Ooievaar een opvallende en grote vogel is worden 20 tot 25 % van de geringde vogels teruggemeld. Een Ooievaar met satellietzender kan tijdens zijn leven honderden tot duizenden locaties opleveren. Een Duitse Ooievaar werd tussen augustus en mei van het volgende jaar 1400 maal door de satelliet ‘gevonden’ (gegevens Vogelwarte Radolfzell). Dit levert natuurlijk een schat aan informatie op !

Ongeveer elke minuut stuurt de zender een signaal uit dat kan worden opgevangen door een satelliet. Het zijn NOAA-satellieten die een polaire baan volgen die de signalen kunnen opvangen en alle gegevens opslaan. Wanneer de satellieten in de bereikbaarheid van een grondstation komen, sturen zij alle informatie door.
De gegevens worden verwerkt door het grondstation van ARGOS in Toulouse, Frankrijk. De plaatsbepaling gebeurt op basis van het Doppler-effect waarbij de ontvangen frekwentie een paar maal vergeleken wordt met de uitzendfrequentie.

Per dag worden er een 8-tal locaties per zender berekend.

Samen met de informatie van de sensoren ziet een gegevensset die het grondstation ons doorzendt er als volgt uit:

14559 Date : 30.07.99 19:30:38 LC : 1  IQ : 50
Lat1 : 51.003N Lon1 : 4.483 E  Lat2 : 45.733 N Lon2 : 23.114 W
Nb mes : 006 Nb mes >-120 dB : 000  Best level : -126 dB
Pass duration : 379s  NOPC : 3
Calcul freq : 401 653408.1 Hz  Altitude : 80 m
00 06 61 01

Eerste lijn : codenummer van de zender, datum, uur (Greenwich Mean Time), nauwkeurigheid van de locatie (LC), kwaliteit van de ontvangst (IQ)
Tweede lijn : twee locaties die berekend zijn met de techniek van het Doppler effect, in dit geval is de eerste de correcte (Mechelen, Dierenpark Planckendael)
Derde lijn : aantal ontvangen signalen, aantal signalen groter dan –120dB en de beste ontvangst in dB.
Vierde lijn : contactduur tussen zender en satelliet, aantal doorlopen tests (hoe langer het contact, hoe beter).
Vijfde lijn : berekende frekwentie van de zender, hoogte van de zender.
Zesde lijn : gegevens van de sensoren : temperatuur (gecodeerd), batterijspanning, teller, activiteitteller (0 tot 255)

De locaties gebruiken we voor het aanmaken van de overzichtskaarten waarop de bewegingen van de vogels worden uitgezet. Met behulp van de coördinaten en een GPS (Global Positioning System) is het gemakkelijk om naar de locatie toe te gaan en de vogel te observeren.