Ooievaars zonder grenzen
     > Ooievaar > Hotspots
Hotspots
Overzicht
  • Dierenpark Planckendael

Dierenpark Planckendael


Foto: E. Brouwers (Aminal)


In 1986 groeide in het dierenpark Planckendael ook het idee om een ooievaarsdorp op te richten. Er waren daarvoor verschillende redenen.

  • Het regelmatig bezoek van ‘vreemde’ ooievaars maakte duidelijk dat Planckendael op een trekroute ligt van ooievaars uit Nederland en West-Duitsland.

  • De ooievaar is een ideaal ‘voorbeeld’ om de kenmerken van vogels te tonen. Hij is niet enkel groot en opvallend van kleur, maar laat zich ook heel gemakkelijk zien. Ofwel staat hij ergens op de uitkijk of vind je hem op zijn monumentaal groot nest, ofwel vliegt en zweeft hij als de beste. Zijn alom bekend geklepper is een mooie illustratie van communicatie in de dierenwereld. En uiteindelijk mag je ook niet voorbijgaan aan de rol in allerlei volksverhalen. Bovendien is de ooievaar een zeldzame vogel waarvoor in internationaal verband inspanningen worden gedaan voor zijn behoud. Kortom, de ooievaar is een ideale vogel om over te vertellen in een dierenpark dat zich actief inzet voor natuurbehoud.

  • De wijde omgeving van Planckendael, met o.a. de hooilanden en de vloeibeemden in de Dijlevallei, is nog vrij geschikt voor deze vogels.

  • In Planckendael verbleven al jarenlang enkele ooievaars. Bovendien was de kweek vanaf 1986 een succes. Er bestond dus een goede basisgroep om een project mee op te starten.

Gedurende de eerste jaren van het ooievaarsproject brachten de verzorgers in Planckendael heel wat jonge ooievaars met de hand groot. Ook wisselde Planckendael vogels uit met het Nederlands en Frans project. Al deze ooievaars groeiden samen in grote vliegkooien op. Na twee of drie jaar was het duidelijk te zien welke vogels een paar begonnen te vormen. Die paartjes werden in aparte kooien geplaatst. Daar konden ze een nest bouwen en voor jongen zorgen. Paartjes die hun jongen goed verzorgden, kregen het jaar daarop de vrijheid.

Vooraf bereidden de medewerkers de vrijlating van de ooievaars zowel in het dierenpark zelf als in de omgeving voor. Op verschillende plaatsen in het park – o.a. op het dak van de dienstgebouwen – plaatste de technische dienst een nestplatform.

Om ongevallen met de hoogspanningsleiding langsheen het dierenpark te voorkomen, werkte Planckendael met de electriciteitsmaatschappij Electrabel samen. Er werden kunststof krullen aan de kabels aangebracht zodat deze vanop afstand beter zichtbaar zijn. Aan de wegen rondom het park werden verkeersborden geplaatst – als waarschuwing voor laag overvliegende ooievaars. Een biologiestudent van de Universiteit Antwerpen bleek geïnteresseerd om zijn eindwerk te maken over de vergelijkende studie van het gedrag van de vrijgelaten ooievaars en dat van wilde ooievaars.



Foto: E. Brouwers (Aminal)

De buurtbewoners kregen van Planckendael een mooie kleurenfolder. Daarin stond allerlei bondige informatie over de ooievaar (en het verschil met de reiger), zijn leefgewoonten, de bedreigingen en over het hoe en waarom van het project. Zo was iedereen op de hoogte van de grote dag. In het voorjaar in 1990 liet het Dierenpark Planckendael de eerste ooievaarspaartjes vrij. De vogels hadden wel wat tijd nodig om zich aan te passen aan hun nieuwe situatie, maar na enkele jaren geraakten steeds meer nestplatforms bezet en groeiden veel jongen met succes op.

De Planckendaelooievaars krijgen een beperkt voedselrantsoen zodat ze ook in de hooi- en weilanden in de omgeving van het park een aanvullende portie moeten bijeen zoeken. De studie van de biologiestudent toonde aan dat ze zich net als ‘wilde’ ooievaars gedragen. Te voet lopen ze door het gras en pikken ze alles wat beweegt op. Of ze zoeken kleine waterdiertjes in drassige laagten in weilanden. De ooievaars hebben enkele favoriete voedselplaatsen en zijn een heel vertrouwde verschijning geworden in de wijde buurt rond Planckendael.

 
Ringen en elektronische chips

Een jaarlijkse gebeurtenis is het ringen van de jongen.

In Planckendael wil men van alle ooievaars liefst zoveel mogelijk te weten komen, maar daarom moeten ze eerst duidelijk herkenbaar zijn. Elke ooievaar krijgt een officiële metalen ring en een grote kleurring met cijfer aan de poot. Deze laatste dient voor 'intern gebruik' in het park. Aan de hand van zo'n kleurring kunnen de verzorgers immers meteen zien wanneer de vogel geboren is. Omdat ooievaars hun nest op grote hoogte maken, wordt er bij het ringen van de jongen vaak een oude brandweerwagen en zelfs een hoogtewerker bij gehaald!


Een elektronisch paspoort



Foto: Kris Struyf
Bij de 'ring-operatie' krijgen de jonge ooievaars ook nog een elektronisch paspoort - transponder genoemd - onderhuids ingeplant. Dit toestelletje bevat een uniek codenummer dat met een speciaal apparaat kan worden afgelezen.

Verjaardag
In 1996 bestond het ooievaarsproject in Planckendael 10 jaar. Er is op die tijd al heel wat gebeurd. Er leven nu het hele jaar rond een 30-tal 'blijvers' in de kolonie in het dierenpark. In de periode mei-september komen er gemiddeld nog 20 jonge ooievaars bij.