Ooievaars zonder grenzen
     > Atlas (info per land) > Iran & Israël
Iran & Israël
Iran

 

Broedparen

 

19841

1994/951

 

2.394

2.209

 

 1 Schulz, H. 1999. Der Weltbestand des Weisstorchs (Ciconia ciconia) – Ergebnisse des 5. Internationalen Weisstorchzensus 1994/95. In: Schulz, H. (eds)(1999) : Weissstorch im Aufwind? – White Storks on the up? Proc. Int. Symp. on the White Stork, Hamburg 1996 – NABU (Naturschutzbund Deutschland e.V.), Bonn : 335-350.


Israël

 

Broedparen

 

Sinds de jaren 1980 broeden een tiental paren op de door Israël bezette Golan hoogte. De vogels bouwen hun nesten op boerderijgebouwen en electriciteitspalen in nederzettingen.

Uitzonderlijk komen ooievaars tot broeden op de kustvlakte tussen Tel Aviv, Haifa.

 

19841

1994/951

 

?

13

 

 1 Schulz, H. 1999. Der Weltbestand des Weisstorchs (Ciconia ciconia) – Ergebnisse des 5. Internationalen Weisstorchzensus 1994/95. In: Schulz, H. (eds)(1999) : Weissstorch im Aufwind? – White Storks on the up? Proc. Int. Symp. on the White Stork, Hamburg 1996 – NABU (Naturschutzbund Deutschland e.V.), Bonn : 335-350.

 

Trek

 

Israël is een net als Turkije, Jordanië en Egypte een belangrijke schakel op de voor- en najaarstrek van de ooievaar. In het najaar volgen de ooievaars massaal de Rift vallei van het Meer van Galilea tot de grens met Egypte in het zuidoostelijk deel van de Negev woestijn. Enkele tienduizenden ooievaars komen uit het noorden via Libanon en Syrië, Israël binnen. Net ten zuiden van het meer van Galilea komen daar tienduizenden en soms honderdduizenden vogels bij. Nog zuidelijker, in het gebied van de Dode Zee en de Arava vallei hebben vrijwel alle ooievaars Jordanië verlaten.

Het grootste aantal ooievaars dat in Israël werd geteld was 538.000 ooievaars in de Bet She’an vallei in 1997 (data : W. Van den Bossche). Jaarlijks worden groepen tot 10 en 20.000 vogels waargenomen. De herfsttrek gebeurt in 2 golven, de grote aantallen jonge vogels passeren van 19 tot 31 augustus, de volwassen vogels van 6 tot 17 september. Tot 40 % van alle doortrekkende ooievaars stoppen in het valleigebied met tientallen visvijvers rond Bet She’an om te drinken of de nacht door te brengen.

 

In het voorjaar komen de ooievaars langs een meer westelijke route Israël binnen en vliegen over de westelijke en centrale Negev naar de kustvlakte en de regio van Jeruzalem. In het noorden trekken de meeste ooievaars via de Bet She’an en Hula vallei naar Syrië en Libanon, maar op sommige dagen trekken tienduizenden vogels dichter langs de kust. De westelijke Negev, de Jordaan- en de Hulavallei zijn in het voorjaar bedekt met vegetatie en zijn een belangrijk rust- en voedselgebied voor de uitgehongerde ooievaars. Piekaantallen passeren in de laatste 10 dagen van maart.

 

De grootste bedreigingen in Israël zijn de verstoringen van de zeer grote groepen en het hoge aantal slachtoffers door electrocutie en botsingen met draden. Natuurlijke rustgebieden komen langs de trekroute bijna niet meer voor.

 

Overwintering

 

De 55 visvijvercomplexen in het noorden van Israël hebben een oppervlakte van ongeveer 3.000 ha en zijn een belangrijk overwinteringsgebied voor vele eenden, reigers, meeuwen en zwarte en witte ooievaars. Vooral in het midden van de winter concentreren de ooievaars zich ook op de vuilnisstortplaatsen van Tel Aviv, Hadera, Haifa en Bet She’an.

 

Het aantal overwinterende ooievaars hangt vooral af van de oppervlakte aan visvijvers. Rond 1976 overwinterden bijna 5.000 ooievaars in Israël, in 1997 waren dit er nog een kleine 1.000. In dezelfde periode is de oppervlakte aan visvijvers bijna gehalveerd.

 

Meer info

 

http://www.birds.org.il